Chatillon in Noordwijk aan Zee

Het was weer bijna Sinterklaas en dat betekent een dineetje op topniveau! Voor de vierde keer alweer, alhoewel er een van ons een keertje heeft moeten afzeggen helaas. Maar nu waren we weer voltallig en na een glaasje huischampagne van de Brusselse tafelgenoot daalden we onze berg af naar het Palacehotel. Daar kookt sinds een maand Pascal Jalhaij, die we allevier van Vermeer kennen en waar we in meerdere of mindere mate nogal kapot van zijn.
Het Palacehotel is zo’n moderne kolos, ’s avonds verlicht natuurlijk en de lounge is groot en uitgestrekt. Veel Kerstbomen al, waarvan de meesten al versierd waren, een enkele – heel toevallig ook die bij de deur naar het restaurant Chatillon – nog niet. Die kale Kerstboom heb ik deze avond vaak gezien, want tijdens het bestellen van het aperitief bleek dat het restaurant rookvrij is. Inderdaad kreeg ook ik associaties met een zelfde voorval bij Vermeer… Verder heb ik niets te melden over de lounge, behalve dan dat de stoelen niet onaardig zitten, het is gewoon een hotellounge, waar ik verder weinig aan vind.

Restaurant Chatillon is via een glazen wand afgescheiden van de lounge. De livreier, die ons buiten had opgevangen, begeleidde ons naar de deur van het restaurant, waar we werden overgedragen aan de maitre, die ons zeer vriendelijk ontving.. Jassen werden opgehangen en we kregen een uiterst prettige mooie grote ronde tafel. Prettige stoelen ook. Veel bordeauxrood, zicht op de open keuken, waar druk gewerkt werd, zonder al te veel geluid te maken, maar het bleef toch een restaurant in een hotel wat mij betreft. En die hebben niet mijn voorkeur. Wel prettig hier dat de toiletten zich bij het restaurant bevinden en je niet, zoals bijvoorbeeld bij Vermeer, ellenlange trappen af en weer op moet. Alhoewel dat geloof ik momenteel in orde is gekomen bij Vermeer. Beluga heeft trouwens ook zo’n gigatrap..
De aperitiefwagen, die verwachtingen bij me wekte, werd voorgereden en we konden kiezen uit champagne en ik meen port. Dat viel dus wat tegen wat mij betreft, want waarom een wagen als je maar twee keuzen kunt maken? Maar het zag er wel lollig uit. Champagne namen we natuurlijk, Billegart salmon Brut Reserve hier, en die was goed. Die champagne dronken we in de lounge, want zoals ik hierboven al aangeef, het restaurant is rookvrij en de ervaring leert dat de mannen van het gezelschap over het algemeen nogal wat tijd nodig hebben om tot hun keuze te komen. Het enige wat wij (de vrouwen bedoel ik) op avonden als deze hoeven te doen is sporadisch ingrijpen als de keuzen wat erg onwijs worden .
Knabbels kregen we, ik herinner me een bladerdeegvierkantje waarin iets van kerrie zou moeten zitten, maar dat proefde ik niet, een stukje ham uit het Baskenland en wat olijfjes.
We bekeken de kaart en besloten uiteindelijk tot het achtgangenmenu met enkele wijzigingen. Een wijnarrangement bij dat menu kost hier 65.00 en de heren besloten dat we dat niet zouden nemen. De rekensom klopt ook wel. Nu is de wijn hier wel zo buitensporig overdreven duur dat we uiteindelijk op een veelvoud van die 65.00 zijn uitgekomen, maar okee, dat is dan maar zo. Vermeer was een stuk sympathieker qua wijnprijzen en ik vind de prijzen hier echt niet kunnen.
De wijnkeuze nam wat tijd en zo gaandeweg kregen we amuses aangereikt. Drie. Ik herinner me een soepje van bleekselderij met wat kaviaar, wat lekker was. Erbij een flinterdun gefrituurd venkelstukje – leuk gedaan trouwens: van de hele venkel uit het midden een flinter gesneden, zodat de vorm duidelijk zichtbaar blijft en dat met een tempuraatje even frituren – wat lekker was. De andere twee amuses zijn me ontschoten, alhoewel ergens in het achterhoofd nog iets van rillette zweeft, waarin wat speculaaskruiden verwerkt waren, maar ik kan me vergissen…

Na enige tijd werden we aan tafel genood en werd onze eerste wijn ingeschonken. Een Rueda. Ze hebben hier twee Rueda’s, waarvan eentje de huiswijn is. Wij hadden de andere, die is een fractie kostbaarder, ik meen een Maja. We hadden even overlegd met de maitre over het verschil tussen de Rueda’s en we waren het volmondig met hem eens dat we absoluut deze moesten nemen. De maitre verdient trouwens in zijn algemeenheid wel een pluim: zeer vriendelijk en attent en uitstekend op de hoogte van de wijnen en de gerechten. Jammer alleen dat zijn kleding niet geheel vlekkeloos was en ook niet helemaal goed ‘zat’ – zo piepte er bijvoorbeeld bij hem, maar ook bij ee andere ober een stukje overhemd door zijn jasje heen onder de sluiting door, dat zijn dingen waar ik blijkbaar gevoelig voor ben, bij Oud Sluis heb ik me daar ook al eens aan gxc3xa8ergerd, herinner ik me. En ik vind het bijzonder storend dat we, ondanks onze herhaalde verzoeken nog steeds niet de wijnen en gerechten hebben ontvangen, terwijl dit wel is toegezegd. Zeg dan dat het niet mogelijk is…

Goed. De Rueda dus. Wat mij betreft een absoluut aan te bevelen wijn.
IJswater kent men hier ook, een pluspuntje dus.
Het eerste gerecht, tonijn, licht geroosterd met honing, beviel me erg goed. Twee mooie, kort aangebakken, krakendverse stukjes tonijn in het midden van het bord, links een rondje van gebrande amandel, afgedekt met ik meen een tomatengeleitje en rechts een rondje van en met komkommer, waarin schuim van citroen gelepeld was. Tussen de tonijn en de komkommer lag nog een flinke streep basilicumcreme, die mooi op smaak was. Een mooi gerecht.
De heren hadden besloten dat de tweede wijn een St. Joseph moest worden, maar ik geloof dat die hen niet zo beviel. Mij wel, alhoewel ik de Rueda prettiger vond. Die St. Joseph begeleidde het tweede gerecht, snoekbaars, gepocheerd in een lichte bouillon. Erg mooi en erg lekker dit gerecht. Prachtige stukjes snoekbaars in een verderlichte bouillon van Stellendamse garnaaltjes vonden we. Veel garnaaltjes er nog apart bij, die lagen in de bouillon tezamen met wat reepjes kort gegaarde rode en groene paprika. Onder dit geheel lagen dunne streepjes mousse van Taggiasche olijven (zwart). Heel gewoon een erg lekker gerecht.
We schakelden terug naar de Rueda en over naar het derde gerecht – ik meen dat er een pauze tussenzat, door onszelf ingelast – zachtgegaarde kreeft. Nu kregen we geloof ik niet precies het gerecht zoals het op de kaart te lezen is, ik herinner me een erg mooi stukje kreeft – botermals, wat aardappelmousseline, veel, heel veel morilles en wat zilveruitjes, die een licht appelsmaakje hadden. Dat laatste zal komen omdat ze gebraiseerd waren in Calvados. Ergens zou nog iets van kummel hebben moeten zitten, maar dat is me ontgaan, zo ook de eendenlever, dus ik neem maar aan dat die ontbrak, alhoewel die in gesmolten toestand bij de morilles kan hebben gezeten. Een aardig gerecht, maar op de een of andere manier ‘bekend’.
Het vierde gerecht vond ik het meest vreemde van deze avond. Geroosterde St. Jakobsmosselen met een croque-monsieur van aalfilet en Baambrugse hooibergham. Erg mooi om te zien, maar wel een beetje Rivella-achtig wat mij betreft. Een zo’n anderhalve cm brede, maar wel 15 cm lange reep ‘tosti’ waarop de mooie Jakobsmosseltjes geprikt waren vonden wij op ons bord. Eronder een sausje, waarin ik iets van oester bespeurde, maar dat kan ik me verbeeld hebben. De tosti smaakte in eerste instantie naar niets. Ja naar brood en het was dat een der tafelgenoten me wees op de paling, want het was werkelijk een flintertje wat ertussen zat. Wel zo geprononceerd van smaak uiteindelijk dat de ham bij mij wat wegviel. Ik heb me dus maar verdiept in de mosseltjes en die waren uitstekend. Ik denk op zich een mooi gerecht, maar vraag me af of de aal/paling niet wat steviger smaken om zich heen moet hebben. De Jakobsmosselen kunnen het geweld in ieder geval niet aan en dat is zonde van die beestjes tenslotte.

Waarmee er een einde kwam aan de visgerechtjes en we overschakelden naar rode wijn. Haut-Battalley meen ik. Deze prima wijn begeleidde de gerookte anjouduif. Twee plakken geweldig, smeltend zachte, maar toch wilde duif troffen we a
an. Een ronde gestoofde kool, een apart schaaltje met rillette van het boutje en een dun plakje gebrande ananas vervolmaakten dit prachtige gerecht. Zelfs de ananas kon me bekoren. Mensenkinderen wat een mooi duifje was dit!
De Mieral-eend moest een wat steviger wijn hebben vonden de heren en ze kwamen uit op een St. Chinian, die me ook al beviel. Zo ook de eend trouwens, wat een prachtig stukje eend was dit weer. Wat hij er precies mee gedaan heeft weet ik niet, maar het was boterzacht en bovenop zat iets heel krokanterigs, wat ook nog eens prettig hartig was. Erg lekker! Erbij ravioli van het boutje in een schuimige saus met parmezaanse kaas, wat ook al zo lekker was en het geheel lag in een reductie van wortel en biet, maar daarvan herinner ik me niet zoveel.
De kaaswagen, die hier zeer beperkt is, werd voorgereden. Voornamelijk Hollandse kazen, wel een Vacherin Mont d’Or ook nog en we kozen elk wat stukjes. De Vacherin was prima, de rest ook trouwens.

En nu komt het. Volgens een der tafelgenoten hadden we een dessert en ik herinner me dus absoluut geen dessert. Ik herinner me wel verschrikkelijk veel zoetigheden, een taartje met een roodfruitvullinkje en veel cake, ik herinner me drie bonbonachtige dingen met een chocoladebruggetje, ik herinner me espresso, ik herinner me nog wat rode wijn, maar dus geen dessert. Vreselijk, maar waar….Hoe dat nu moet?

Samenvattend: de man kan koken, absoluut. Wel presenteert hij zijn gerechten nog steeds te lauw. Bij Vermeer had ik er al last van, hier dus ook. Met name de St. Jakobsmosselen en het duifje waren heel gewoon niet warm genoeg.
Kom ik hier terug?
Ja, ik kom hier terug en dan vertel ik vooraf dat ik alles warm wil.

Advertenties

2 gedachtes over “Chatillon in Noordwijk aan Zee

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s